|
Onder mentorschap wordt het volgende verstaan:
Het ondersteunen van studenten om hun roeping van God te ontdekken en hun te helpen om hun gaven en talenten in te zetten, te ontwikkelen om zo aan deze roeping gehoor te geven. De mentor zet daarbij ook zijn eigen ervaring, kennis e.d. in om zijn/haar student daarbij te helpen.
We zien in de Bijbel hier een voorbeeld van: Paulus beschouwt Timoteüs als zijn kind (1Tim. 1:2) en is dus als een vader voor hem. Zo zijn ook de mentors vader of moeder voor de studenten.
Er zal aan bepaalde thema's (afwijzing b.v.) ook klassikaal/groepsgericht aandacht gegeven worden. Hiervoor zal in het programma Ministrymiddagen (twee stuks) en een Ministryweek worden ingepland waar bevrijding en voorbede centraal zullen staan. Hier zal het team van mentoren bij betrokken zijn.
Alleen indien het probleem kortdurend is, kan de student in pastoraat opgenomen worden. Dit wordt op aanbeveling van de directie gedaan en in overleg met de kerkelijke gemeente waar de student lid van is.
De mentor is vooral gericht op de studie (voortgang), problemen waar de student 'tegen aanloopt', de beoordeling van de christelijke vaardigheden en de gaven/talenten van de student. Er wordt gestreefd naar elke 1,5 maand een gepland contactmoment (van circa een half uur). Wat aan bod kan komen tijdens een mentorgesprek:
- Hoe is de relatie met God?
- Kan men het studietempo aan?
- Is er eigen initiatief voor opdrachten of stages uit te voeren?
- Ervaart men groei?
- Wordt er gavengericht gewerkt?
- Passen de opdrachten bij de gaven?
- Hoe is de groepshouding?
- Hoe wordt er omgegaan met problemen etc.?
- Wat wil de Heilige Geest?
De mentor zal regelmatig naar de directie rapporteren (mondeling) over de voortgang. Vertrouwelijke zaken zullen in vertrouwen behandeld worden. De mentoren zijn Dick Pieterman, Richard Wilbrink, Jeanet Hertsenberg, Margreet van Straalen, Johannes en Gerrieke van Brussel en Bert Vellekoop.
|